Sinds 1 januari 2023 betalen kopers 10,4% overdrachtsbelasting voor woningen die ze niet zelf bewonen, bijvoorbeeld een tweede woning of beleggingsvastgoed. Om de markt voor huurwoningen te stimuleren heeft het demissionaire kabinet besloten per 1 januari 2026 het tarief te wijzigen van 10,4% naar 8%. Het nieuwe tarief is van toepassing op woningen die niet als hoofdverblijf dienen. Voor woningen die wel als hoofdverblijf dienen blijft het tarief voor de overdrachtsbelasting 2% of de startersvrijstelling gelden.
Een overzicht van de wijzigingen
De huidige tarieven zien er als volgt uit:
- 0% als sprake is van een vrijstelling, zoals de startersvrijstelling voor personen onder de 35 jaar en voor een maximaal aankoopbedrag van € 555.000 in 2026;
- 2% als de aangekochte woning als hoofdverblijf dient voor de koper;
- 10,4% voor alle andere verkrijgingen.
Per 1 januari 2026 zijn de volgende tarieven van toepassing:
- 0% als sprake is van een vrijstelling, zoals de startersvrijstelling voor personen onder de 35 jaar en voor een maximaal aankoopbedrag van € 555.000 in 2026;
- 2% als de aangekochte woning als hoofdverblijf dient voor de koper;
- 8% voor overige woningen, zoals vakantiehuizen of beleggingsobjecten;
- 10,4% voor alle andere verkrijgingen, zoals bedrijfspanden.
Wat zijn de gevolgen?
Per 1 januari 2026 wordt het aantrekkelijker om een vakantiewoning of woning die bestemd is voor de verhuur te kopen. Mocht u momenteel plannen hebben om een dergelijke woning aan te schaffen kan het fiscaal voordelig zijn om deze aankoop uit te stellen tot na 1 januari 2026. Dit levert u een besparing op van 2,4% van de koopsom. Indien u vragen heeft over de implementatie van deze belastingwijziging of ondersteuning nodig hebt bij de aanschaf van uw nieuwe (vakantie)woning in Nederland, dan helpen onze adviseurs u graag verder. Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.