De Hoge Raad heeft op 19 juni 2026 een belangrijke uitspraak gedaan voor inwoners van Nederland met een Duits pensioen. Voortaan staat vast dat Nederland een Duitse pensioenuitkering niet zonder meer volledig mag belasten. Belastbaar is slechts het gedeelte dat is opgebouwd met premies die destijds in Duitsland fiscaal aftrekbaar waren.
Wat speelde er bij het Duitse pensioen?
De zaak betrof een belastingplichtige die jarenlang in Duitsland had gewerkt en verplicht verzekerd was geweest bij de Deutsche Rentenversicherung. Nadat hij in Nederland was gaan wonen, ontving hij Duitse ouderdomsuitkeringen. De Belastingdienst belastte deze uitkeringen volledig in box 1.
De belastingplichtige stelde echter dat slechts 45% van de door hem betaalde Duitse premies destijds fiscaal aftrekbaar was geweest. Volgens hem mocht daarom ook slechts 45% van de uitkering in Nederland worden belast. Zowel het Hof Arnhem-Leeuwarden als de Hoge Raad volgden deze redenering.
Waarom is dit arrest belangrijk?
De uitspraak bevestigt een belangrijk fiscaal uitgangspunt: geen belastingheffing zonder eerdere fiscale faciliteit. Voor zover premies niet aftrekbaar waren bij de opbouw van het pensioen, mag Nederland de daarmee opgebouwde pensioenuitkering niet alsnog volledig belasten. De Hoge Raad baseert dit op de specifieke regeling voor buitenlandse pensioenregelingen in artikel 3.82 Wet IB 2001.
Mogelijke gevolgen voor andere Duitse oudedagsvoorzieningen
De betekenis van dit arrest lijkt verder te reiken dan alleen de Deutsche Rentenversicherung.
Voor andere Duitse oudedagsvoorzieningen die kwalificeren als pensioenregeling kan dezelfde gedachte van belang zijn. Denk daarbij aan situaties waarin bij de opbouw geen of slechts beperkte fiscale aftrek van premies mogelijk was. In dergelijke gevallen kan worden verdedigd dat ook de Nederlandse belastingheffing beperkt moet blijven tot het gedeelte dat correspondeert met het fiscaal gefacilieerde deel van de opbouw.
Dat betekent overigens niet automatisch dat iedere Duitse pensioen- of oudedagsvoorziening hetzelfde wordt behandeld. Per regeling zal moeten worden onderzocht:
- of sprake is van een pensioenregeling in fiscale zin;
- in welke mate premies of bijdragen in Duitsland aftrekbaar waren;
- hoe de opbouw en uitkeringsfase precies zijn vormgegeven.
Het arrest biedt dus vooral een belangrijk argument voor een nadere beoordeling van Duitse pensioenrechten die tot nu toe mogelijk volledig in Nederland werden belast.
En wat betekent dit voor het Belastingverdrag met Duitsland?
Op het eerste gezicht heeft het arrest geen directe gevolgen voor de verdeling van heffingsrechten onder het Belastingverdrag Nederland-Duitsland.
Artikel 17 van het Belastingverdrag met Duitsland bepaalt namelijk welk land pensioenuitkeringen mag belasten en bevat daarbij onder meer een drempel van € 15.000 voor bepaalde pensioenen. Het arrest gaat echter niet over de vraag welk land mag heffen, maar over de vraag hoeveel van de uitkering in Nederland tot het belastbare inkomen behoort. Het betreft dus een kwestie van de Nederlandse nationale wetgeving en niet van de verdragsverdeling van heffingsrechten.
Toch kan het arrest indirect invloed hebben op de toepassing van artikel 17. Wanneer slechts een deel van een pensioenuitkering fiscaal als belastbare pensioenuitkering kwalificeert, kan discussie ontstaan over de vraag of voor de verdragsdrempel van € 15.000 moet worden gekeken naar de bruto-uitkering of naar het daadwerkelijk belastbare deel. De Hoge Raad heeft zich hierover niet uitgesproken, zodat dit vooralsnog een open vraag blijft.
Conclusie voor Nederlanders met Duits pensioen
Voor Nederlandse inwoners met een Duits pensioen kan het arrest aanzienlijke gevolgen hebben. Het is niet langer vanzelfsprekend dat een Duitse pensioenuitkering volledig in Nederland belast is. Met name wanneer tijdens de opbouw in Duitsland geen volledige fiscale aftrek van premies heeft bestaan, kan aanleiding bestaan om de Nederlandse belastingheffing kritisch te beoordelen.
Voor adviseurs en belastingplichtigen met Duitse pensioenrechten is het daarom raadzaam om niet alleen naar de hoogte van de uitkering te kijken, maar ook naar de fiscale behandeling van de premies tijdens de Duitse opbouwfase.
Praktische tip:
Heeft u een Duits pensioen? Bewaar dan niet alleen uw jaarlijkse pensioenoverzichten, maar ook de oorspronkelijke overeenkomst met de pensioenverstrekker en andere documenten uit de opbouwfase. Juist deze stukken bevatten belangrijke informatie die later van doorslaggevend belang kan zijn bij de beoordeling van de fiscale behandeling van uw pensioenuitkeringen.
Deze uitspraak kan financiële gevolgen hebben voor uw situatie. Ontvangt u een Duits pensioen of een andere Duitse oudedagsvoorziening en twijfelt u of de Nederlandse belastingheffing correct is? Wij beoordelen graag of dit arrest ook voor u mogelijkheden biedt. Neem contact op met onze specialisten voor een persoonlijk advies.