LinkedIn
Whatsapp
Email

Vraag over artikel

Artikelen

Hoge Raad bevestigt uitspraak Hof Amsterdam inzake inhoudingsvrijstelling dividendbelasting

24 juli 2025

Op 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1163) een arrest gewezen over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting bij grensoverschrijdende dividenduitkeringen. Deze zaak, waarin een Belgische houdstermaatschappij belanghebbende was, bevestigt dat de Nederlandse Belastingdienst strenger op misbruik van recht mag toetsen, zelfs als een belastingplichtige formeel aan alle wettelijke vereisten van de inhoudingsvrijstelling lijkt te voldoen. De uitspraak onderstreept dat winstuitkeringen aan een buitenlandse tussenhoudster kritisch worden beoordeeld, met name als de Nederlandse deelneming niet functioneel kan worden toegerekend aan de onderneming van de tussenhoudster en deze zich niet actief bemoeit met de Nederlandse activiteiten.

Wat speelde er?

Belanghebbende was een Belgische NV die deelnemingen in meerdere vennootschappen hield, waaronder een belang van 24,39% in een Nederlandse BV. Deze fungeerde als feeder voor een private-equityfonds. Op een dividenduitkering van deze BV aan de Belgische NV werd 5% dividendbelasting ingehouden en afgedragen aan de Nederlandse Belastingdienst. De Belgische vennootschap beriep zich op de inhoudingsvrijstelling uit artikel 4 lid 3 letter c van de Nederlandse Wet op de Dividendbelasting 1965 en de Europese Moeder-Dochterrichtlijn en verzocht om teruggave.

De inspecteur weigerde de vrijstelling met als argument dat er sprake was van een kunstmatige constructie die enkel bestond om Nederlandse dividendbelasting te ontwijken. Zowel de Rechtbank als het Hof onderzochten of aan de voorwaarden voor misbruik was voldaan: enerzijds door toetsing van de subjectieve voorwaarde (de tussenhoudster heeft als (hoofd)doel het ontgaan van dividendbelasting) en anderzijds de objectieve voorwaarde (er is sprake van een kunstmatige constructie zonder economische realiteit).

De beoordeling door de Hoge Raad

De Hoge Raad bevestigt in zijn uitspraak de motivatie van het hof. Samengevat speelde mee:

  • De uiteindelijke aandeelhouders van de Belgische houdstermaatschappij (natuurlijke personen) hadden zonder de tussenhoudster geen recht op vrijstelling van dividendbelasting (wegdenkgedachte);
  • De vennootschap had geen eigen werknemers, geen eigen kantoor en geen betrokkenheid bij activiteiten van de Nederlandse BV;
  • De aandeelhouders konden volledig beslissen over winsten, wat de doorstroomfunctie van de tussenhoudster onderstreepte.

Concluderend ontbrak de functionele toerekenbaarheid van de deelneming aan de bedrijfsactiviteiten van de tussenhoudster. Hoewel deze nog andere deelnemingen hield die actief door de tussenhoudster werden beheerd en bestuurd, was nog steeds sprake van een onderdeel van een kunstmatige constructie ten opzichte van de deelneming waarvoor de tussenhoudster geen economische activiteit verrichtte.

De tussenhoudster slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er andere (zakelijke) motieven waren dan het ontgaan van Nederlandse dividendbelasting.

Wat betekent dit voor uw bedrijfsstructuur?

De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor buitenlandse houdstermaatschappijen die Nederlandse deelnemingen aanhouden. Belastingplichtigen moeten kunnen aantonen dat hun structuur gebaseerd is op geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.

Met name bij het ontbreken van:

  • personeel of een eigen kantoor,
  • betrokkenheid bij het beleid van de deelneming,
  • en een heldere zakelijke onderbouwing voor de aanwezigheid van tussenhoudster,

loopt men het risico dat de inhoudingsvrijstelling wordt geweigerd en dividendbelasting verschuldigd blijft. Zelfs het feit dat de structuur c.q. houdstermaatschappij al langer dan de Nederlandse deelneming bestaat, is géén garantie. Ook kan het wijzigen van de activiteiten of de bedrijfsstructuur tot de constatering leiden dat er sprake is van een kunstmatige constructie.

Bent u eigenaar van of werkzaam bij een internationaal bedrijf met een Nederlandse deelneming? En keert deze deelneming dividend uit aan een buitenlandse moedermaatschappij? Dan raden wij u aan om uw structuur opnieuw te laten beoordelen in het licht van de hierboven beschreven uitspraak.

NeD Tax ondersteunt ondernemers, investeerders en degenen die hen professioneel ondersteunen. Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

Nieuws

Ander nieuws dat u wellicht interesseert

3 februari 2026

Groothandel in de automotive sector en NeD Tax: hechte band tussen klant en adviseur

12 november 2025

Fiscale en juridische eindejaarstips 2025

Compensatieregeling transitievergoeding

4 november 2025

Compensatie transitievergoeding vervalt voor (een deel van het) MKB bij langdurige ziekte per 1 juli 2026

Hoge Raad bevestigt uitspraak Hof Amsterdam inzake inhoudingsvrijstelling dividendbelasting

Stel je vraag over dit artikel

Zoek in het NeD Tax archief

NeD Tax favicon
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.