LinkedIn
Whatsapp
Email

Vraag over artikel

Artikelen

Duitse hoogste rechter bevestigt fiscale behandeling 30%-regeling: geen obstakel voor vrijstelling op basis van het Belastingverdrag Nederland-Duitsland

14 juli 2025

In de op 3 juli 2025 gepubliceerde uitspraak van 10 april 2025 (VI R 29/22) heeft het Duitse Bundesfinanzhof (BFH) zich uitgesproken over de Duitse fiscale behandeling van arbeidsinkomsten die onder de Nederlandse 30%-regeling vallen. De zaak is van groot belang voor in Duitsland wonende werknemers en directeuren die in Nederland werkzaam zijn. Hierna worden een aantal internationale aspecten van de 30%-regeling en de gevolgen van de genoemde uitspraak uiteengezet.

De Nederlandse 30%-regeling

De Nederlandse 30%-regeling is bedoeld om buitenlandse werknemers met specifieke expertise aan te trekken. De regeling stelt werkgevers in staat om 30% van het loon belastingvrij uit te keren als vergoeding voor kosten van verblijf buiten het land van herkomst, genaamd extraterritoriale kosten. Dit leidt in de praktijk tot lagere belastingheffing in Nederland. Belangrijk is dat de kostenaftrek zonder onderbouwing van de daadwerkelijke kosten mogelijk is.

Werknemers die de 30%-regeling mogen toepassen, maar niet in Nederland wonen, zijn vaak ook nog verplicht om in hun woonland een aangifte in te dienen. Het is dan de vraag of dit land, bijvoorbeeld Duitsland, de arbeidsinkomsten volledig vrijstelt van belastingheffing.

In een eerdere uitspraak van de Duitse rechtbank, Finanzgericht Düsseldorf (FG Düsseldorf, 25.10.2022 – 13 K 2867/20 E), werd bepaald dat de inkomsten die door de 30%-regeling zijn vrijgesteld, als onbelast arbeidsinkomen moesten worden aangemerkt. Op basis van de nationale belastingwetten zou Duitsland het recht hebben om onbelaste inkomsten alsnog te belasten. Tegen deze uitspraak heeft de belastingplichtige hoger beroep aangetekend.

Achtergrond van de uitspraak

De belastingplichtige in de hierboven genoemde zaak was in 2019 werkzaam voor een Nederlandse werkgever. Hij werkte 154 dagen in Nederland en 80 dagen in Duitsland. Zijn Nederlandse werkgever paste de 30%-regeling toe op het brutoloon. In zijn Duitse aangifte gaf de werknemer deze Nederlandse dagen op als vrijgesteld inkomen uit arbeid. Dit volgde volgens hem uit artikel 14 Belastingverdrag Nederland-Duitsland (inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid) en artikel 22 lid 1a Belastingverdrag Nederland-Duitsland (vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud).

Zoals benoemd volgden de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) en later de rechtbank Düsseldorf deze redenering niet. Volgens hen was er vanwege de 30%-regeling in Nederland geen sprake van een werkelijke heffing over het (volledige) arbeidsinkomen. Hierdoor diende de vrijstelling te vervallen en zou in ruil daarvoor de verrekeningsmethode moeten gelden. Dit leidde tot een aanvullende heffing in Duitsland.

Uitspraak van het BFH

Het BFH verwierp de redenering van het Finanzamt. De hoogste Duitse belastingrechter oordeelde dat de 30%-regeling geen formele belastingvrijstelling is, maar een forfaitaire onkostenvergoeding.

Ook het feit dat er geen onderbouwing van de daadwerkelijke kosten nodig is, zou niet tot terugname van de vrijstelling moeten leiden. De Duitse rechter erkent dat landen vrij zijn om eigen methoden van belastingheffing en onkostenvergoedingen toe te passen, zolang de kern van de heffing op arbeid behouden blijft.

Het BFH bevestigde hiermee dat de vrijstellingsmethode (met progressievoorbehoud) op het volledige loon kan worden toegepast, ook als een deel daarvan via de 30%-regeling belastingvrij wordt uitbetaald. Hiermee volgt de belastingrechter dus niet het eerdere oordeel van de lagere rechtbank (FG Düsseldorf).

Conclusie en gevolgen voor de praktijk

De uitspraak is gunstig voor in Duitsland woonachtige werknemers die van de Nederlandse 30%-regeling gebruikmaken. Over lopende en toekomstige jaren mogen zij hun buitenlandse looninkomsten in Duitsland opgeven als vrijgestelde inkomsten uit arbeid / dienstbetrekking, mits voldaan is aan de voorwaarden uit het Belastingverdrag Nederland-Duitsland.  Of deze uitspraak ook kan worden toegepast op oudere jaren, moet per geval worden  beoordeeld.

NeD Tax ondersteunt ondernemers, investeerders en degenen die hen professioneel ondersteunen. Heeft u vragen over onze dienstverlening of anderszins? Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

Nieuws

Ander nieuws dat u wellicht interesseert

3 februari 2026

Groothandel in de automotive sector en NeD Tax: hechte band tussen klant en adviseur

12 november 2025

Fiscale en juridische eindejaarstips 2025

Compensatieregeling transitievergoeding

4 november 2025

Compensatie transitievergoeding vervalt voor (een deel van het) MKB bij langdurige ziekte per 1 juli 2026

Duitse hoogste rechter bevestigt fiscale behandeling 30%-regeling: geen obstakel voor vrijstelling op basis van het Belastingverdrag Nederland-Duitsland

Stel je vraag over dit artikel

Zoek in het NeD Tax archief

NeD Tax favicon
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.